Diep lopen met de stick
Duur: 1 minuten
Doelgroep: A-Jeugd, Senioren

Doel

Het activeren van hockeygerelateerde spierketens door specifieke technieken te imiteren. In het bijzonder train je in deze oefening de hockeyspecifieke lenigheid.

Wat is nodig?

  • Half veld.
  • 4 pylonen.
  • 1 stick per speler.

Organisatie

Zet vanaf de achterlijn een rij uit van 4 pylonen met een onderlinge afstand van 10 meter.

Maak 2 rijen die achter de achterlijn staan opgesteld.

Op jouw signaal voeren steeds twee spelers tegelijk aan weerskanten van de pylonenreeks naar het einde hun oefening uit. Daar draaien ze en dribbelen met een ruime bocht rustig terug naar het begin. De spelers blijven zij-aan-zij. Telkens als een tweetal de eerste pylon passeert, start het volgende tweetal. Hierdoor blijft er ruimte tussen de spelers, zodat ze elkaar niet kunnen hinderen.

Oefening

  1. De voorste 2 spelers dribbelen met de stick voor de knieen horizontaal in 2  handen, richting de eerste pylon.
  2. Hou van de eerste naar de tweede pylon de stick aan de linkerzijde van je lichaam (in horizontale positie, naast de knieen).
  3. Van de tweede naar de derde pylon hou je de stick aan de rechterzijde van het lichaam (in horizontale positie, naast je knieen).
  4. Hou de stick van de derde naar de vierde pylon in een horizontale positie achter bij de knieholten.
  5. Hier draaien je met een ruime bocht om en dribbel je rustig met de stick in de rechterhand terug naar het startpunt.

Herhaal deze oefening 1 keer.

Intensiteit van de oefening

Flink hijgen, mag fanatieke uitvoering zijn met goede controle, EMI 4/5.

Aandachtspunten

  1. Bij alle 4 de stickposities zijn de knieen goed gebogen, is de rug in de hockeyhouding en wordt er goed vooruit gekeken en niet naar de grond.
  2. Hou snel voetenwerk.