Spelen met overtal
Duur: 2 minuten
Doelgroep: D-Jeugd

Doel

Het bevorderen van het samenspel in een overtalsituatie, waarbij het overtal balwinst moet behalen en tot een gerichte en snelle vervolgactie wordt gestimuleerd.

Wat is nodig?

  • Half veld.
  • 5 hoedjes.
  • 2 vakken: bij 8, 10 of 16 spelers een vierkant van 6 x 6, 8 x 8 of 10 x 10 meter.
  • 1 stick per speler.
  • 1 bal.
  • 5 hesjes.

Organisatie

De trainer maakt 2 vierkanten die tegen elkaar aanliggen.

De trainer maakt 2 teams van 5 spelers, en geeft elke speler een nummer. Dit nummer is bedoelt voor een duidelijke en snelle wisseling van spelers tijdens het spel (vooraf aangewezen).

Oefening

  1. In elk vak staan 5 spelers.
  2. De trainer wijst 3 spelers aan die zich in het vak van de tegenstander gaan opstellen.
  3. In dat vak wordt vervolgens gespeeld in een overtalsituatie (5 tegen 3).
  4. Behaalt het drietal balwinst, dan speelt deze de bal naar het tweetal in hun eigen vak. Een speler van het ondertal kan ook zelf naar zijn eigen vak drijven.
  5. 3 spelers van het andere team (vooraf aangewezen) mogen nu naar het andere vak, zodat daar ook weer een overtalsituatie (5 tegen 3) ontstaat, om daar vervolgens de bal te veroveren.
  6. Op deze wijze golft het spel van het ene naar het andere vak.