Langlaufen
Duur: 1 minuten
Doelgroep: D-Jeugd

Doel

Het verbeteren van de functionele flexibiliteit (bewegingsuitslag) van de heupen, armen en rotaties van de romp. Daarnaast wordt de stabiliteit van de enkel, knie en heup van het staande been getraind.

Wat is nodig?

  • Half veld.

Organisatie

Verdeel de groep over de achterlijn, met onderling 2 meter tussenruimte.

Oefening

  1. De spelers staan op 1 been, met een licht gebogen knie (actief staan).
  2. Het vrije been zwaait zo gestrekt mogelijk van voor naar achter.
  3. De armen maken een tegengestelde zwaaibeweging, dat wil zeggen als het rechterbeen naar voren zwaait, zwaait de linkerarm gelijktijdig naar voren, enzovoort.
  4. Doe de oefening 1 keer 30 seconden op het linkerbeen en vervolgens 1 keer 30 seconden op het rechterbeen.

Variaties

  1. Een keer voor- en achterwaarts zwaaien, steeds met een stap voorwaarts.
  2. Langlaufen met de stick boven je hoofd.

Aandachtspunten

  1. Je armen en benen zijn in hun beweging aan elkaar gekoppeld.
  2. Tijdens het heen en weer bewegen blijft je rug recht, met de borst naar voren.