Loop-ABC: Hinkelen op 1 been
Duur: 1 minuten
Doelgroep: D-Jeugd

Doel

Deze oefening is bedoeld om het onderlichaam (heup/knie/enkel) te versterken met stabiliserende spieren en de motoriek, stabiliteit en snelheid tijdens bewegen te verbeteren.

Wat is nodig?

  • Half veld.
  • 5 hoedjes.

Organisatie

De trainer zet, vanaf de achterlijn, een rij uit van 5 hoedjes met een onderlinge afstand van 5 meter.

De trainer maakt 2 rijen die achter de achterlijn staan opgesteld.

De spelers voeren aan weerskanten van de hoedjesreeks tegelijk hun loopscholingsoefeningen uit naar het einde van de hoedjesreeks waar ze draaien en met een ruime bocht rustig terugdribbelen naar het begin.

Oefening

  1. De eerste speler van elke rij hinkelt 3 maal op het rechterbeen, gaat goed stabiel staan, tikt met 2 handen de grond aan, maakt een hoogtesprong en landt vervolgens op 2 benen.
  2. Vervolgens dribbelen de spelers door tot het volgende hoedje waar de oefening op het linkerbeen herhaald wordt.
  3. Dit wordt gedaan tot het laatste hoedje.
  4. Elke volgende speler start als de voorgaande ter hoogte van het eerste hoedje is.

De bovenstaande serie wordt 1 keer herhaald.

Duur van de oefening

1 minuut.

Aandachtspunten

  1. Zorg ervoor dat het hele lichaam mooi rechtop blijft en er rustig ingeveerd wordt met zowel de heup als de knie.
  2. Bij het hinkelen wordt op de hak geland en doorgerold naar de tenen.
  3. Beweeg de armen goed tijdens het hinkelen. Let erop dat de knie niet naar binnen richting een X-knie zakt.
  4. Probeer zachtjes te landen op de voet.