Sprinter heeft voorrang
Duur: 2 minuten
Doelgroep: E-Jeugd

Doel

Verbeteren van de coördinatie waarbij het draaien, wenden, versnellen en afremmen centraal staat. Daarnaast wordt de behendigheid met stick en bal verbeterd.

Wat is nodig?

  • Een half veld.
  • 7 hoedjes.
  • 1 stick en bal per speler.

Wat is nodig?

  • Een half veld.
  • 7 hoedjes.
  • 1 stick en bal per speler. 

Organisatie

De trainer stelt de groep op in 1 rij achter starthoedje.

In het verlengde van dit starthoedje zet de trainer in een rechte lijn 2 hoedjes neer met een onderlinge afstand van 10 meter (dit is voor de heenweg). Het eindhoedje staat dan op 20 meter afstand.

De overige 4 hoedjes worden links en rechts van de rechte lijn zo door de trainer neergezet dat (voor de terugweg) een slalom mogelijk is, waarbij de sprintlijn elke keer doorkruist wordt.

Oefening

  1. De voorste speler sprint met bal en stick van het starthoedje naar het eindhoedje (20 meter) en slalomt daarna al drijvend terug, steeds de sprintlijn overstekend, en sluit vervolgens achteraan.
  2. De volgende speler vertrekt als de vorigebij het tweede hoedje is (het middelste hoedje van de sprintlijn).
  3. De sprinter heeft altijd voorrang op de slalommer.

Duur van de oefening

2 minuten.

Variaties

  1. De afstand vergroten van de sprintlijn (bijvoorbeeld 30 meter).
  2. Meer slalommogelijkheiden (meer hoedjes).