Zevensprong
Duur: 1 minuten
Doelgroep: E-Jeugd

Doel

Het verbeteren van de basislandingstechniek bij het springen en rennen.

Wat is nodig?

  • Half veld.
  • 7 hoedjes bij 1 groep (2 groepen = 14 hoedjes).
  • 1 stick per speler.
  • 20 hockeyballen per groep.

Organisatie

De trainer maakt 2 groepjes. Elke groep staat in 1 rij opgesteld achter de achterlijn (startpunt). De trainer zet het eerste hoedje neer op 10 meter van de achterlijn en de 6 andere hoedjes rechts daarvan met een halve meter tussenruimte.

Oefening

  1. De spelers moeten met de stick in hun rechterhand binnen 7 loopsprongen in een rechte lijn van de achterlijn naar het eerste hoedje zien te komen.
  2. Wanneer de speler gesprongen heeft, dribbelt hij met de bal (liggend bij het eerstehoedje) aan de stick terug naar het startpunt.
  3. De spelers die het hoedje in minder dan 7 sprongen gehaald hebben proberen vervolgens het tweede hoedje te bereiken, weer in minder dan 7 sprongen.

De speler voert de oefening 3 keer uit.

Variaties

  1. Tweebenige squatsprongen: in maximaal 7 sprongen naar het hoedje.
  2. Eenbenige sprongen: in maximaal 7 sprongen naar het hoedje. Hierbij eerst het linker been, vervolgens het rechterbeen.

Intensiteit van de oefening

Dit is een oefening met een explosief karakter. Let wel op dat de lichaamscontrole en de atletische houding gehandhaafd blijven; EMI 8/9.

Aandachtspunten

  1. Bij de landingen mag de knie niet naar binnen zakken richting een X-knie.
  2. Tijdens de sprongen veer je goed in voordat je doorspringt.
  3. Tijdens alle sprongen hou je een rechte rug met de borst naar voren.